Seks en jongeren I

1. Wetgeving

Seksuele contacten van en met jongeren onder de 16 zijn in Nederland strafbaar. Veel mensen weten dat seksuele contacten van 16plussers met 16minners verboden zijn. Niet veel mensen weten, dat de wet ook onderlinge seksuele contacten van jongeren onder de 16 in principe als ontucht beschouwt. In de praktijk is er jurisprudentie over seksuele contacten tussen 16minners en 16plussers. Daarbij gaat het om drie voorwaarden, op basis waarvan de rechter de seks niet als ontucht en daarmee niet strafbaar beschouwt:

  • er mag geen aanleiding zijn te vermoeden dat de jongere partner de seksuele handelingen tegen zijn of haar wil heeft verricht of een ondergeschikte positie tegenover de oudere had; en
  • er moet sprake zijn van een affectieve relatie; en
  • er moet sprake zijn van een gering leeftijdsverschil (bijv. jongeren van 14 en 17 jaar)

Vanaf zestien jaar is elke jongere juridisch gesproken ‘vrij’ om seksuele contacten aan te gaan met anderen van 16 jaar of ouder (afgezien van bijzondere leeftijdsbepalingen over prostitutie en het bekijken van of poseren voor pornografie, en afgezien van seks die binnen machtsrelaties plaatsvindt). Voor 16 jaar en ouder is de normale wetgeving over seksuele contacten van toepassing, zodat er vervolgd kan worden als er sprake is van seksueel geweld, van dwang of misbruik van een gezagsverhouding.

Er zijn ons geen zaken bekend van veroordelingen van vrijwillige contacten tussen 16minners. Wel kennen we zaken waarbij dwang in het spel was: aanranding, verkrachting. Hiervoor geldt in Nederland al lang separate wetgeving. Alle niet-vrijwillige seksuele contacten zijn strafbaar, waarbij kinderen, jongeren en verstandelijk of lichamelijk gehandicapten gezien hun geringere weerstand extra bescherming genieten en seks met hen tegen hun wil zwaarder bestraft wordt.

In 2002 is bij wet het klachtdelict vervangen door een hoorplicht: jongeren moeten altijd gehoord worden, maar iedereen kan vervolging initiëren. RozeLinks toonde zich met veel andere organisaties in 2002 bezorgd, dat deze wetgeving betuttelend was. Wij vonden het klachtdelict de minst slechte oplossing, gezien vanuit het perspectief van ontplooiingsmogelijkheden van jongeren. Wij waren bevreesd dat de onderlinge experimenteerruimte van jongeren rond de 16 jaar ingeperkt werd.

In de periode 2002 - 2006 kwamen wij er geleidelijk achter, wat de keerzijde was van dat klachtdelict: het bood jongeren weliswaar experimenteerruimte, maar het faciliteerde ook misbruik door volwassenen. Onderzoeksrapporten toonden aan dat het klachtrecht geen afdoende bescherming biedt voor jongeren in afhankelijkheidsrelaties, m.a.w. in relaties met volwassenen. RozeLinks sprak zich in 2006 in navolging van Herman Meijer uit tegen herinvoering van het klachtdelict.

Pedoseksueel gedrag is strafbaar en dat acht RozeLinks terecht. Mensen met pedofiele gevoelens hebben een groot probleem: ze moeten zien te voorkomen dat hun gevoelens leiden tot gedrag. Repressie door straf op gedrag is belangrijk, maar er valt nog een wereld te winnen door preventie uit te bouwen. Bij preventie is een belangrijk middel het versterken van de seksuele vorming van jongeren zodat ze weerbaarder worden. RozeLinks vindt dus beslist niet dat elk seksueel gevoel moet worden omgezet in seksueel contact. De wet gaat niet over het gevoel van mensen. De wet bepaalt welk gedrag wel en niet geaccepteerd wordt. Daarvoor bekijken we eerst het seksueel gedrag van jongeren. RozeLinks is zoals eerder beargumenteerd voor handhaving van de strafbaarstelling van seksuele contacten met jongeren onder de 16. Deze grens werkt als een goede bescherming tegen misbruik door volwassenen en die bescherming van jongeren blijkt hard nodig.

Natuurlijk hebben jongeren onder de 16 seksuele gevoelens. De seksuele ontwikkeling begint al in de vroege kinderjaren. Het is simpelweg niet zo, dat seksuele gevoelens pas tot ontluiking komen op de leeftijd die de wetgever heeft vastgesteld voor legitieme seks met anderen.

De rechter interpreteert de wet altijd. Consensuele seksuele contacten van jongeren van rond de leeftijd van 16 zouden volgens RozeLinks niet vervolgd moeten worden en dat gebeurt in de rechtspraktijk ook niet, zo blijkt uit jurisprudentie. Het is natuurlijk erg vervelend voor een meisje van 14, dat bij de rechter haar relatie met haar 17-jarige vriend moet uitleggen, nadat haar moeder een klacht ingediend heeft, maar dit soort zaken komen weinig voor in Nederland. Rigide handhaving van de wetgeving zou tot aanzienlijke inperking van de experimenteermogelijkheden van jongeren leiden. Daar was RozeLinks bevreesd voor, maar dat bleek ten onrechte.

Bij de eis uit de jurisprudentie van een affectieve relatie plaatsen wij vraagtekens. Vaak is seks beter als mensen van elkaar houden, verliefd zijn; wederzijds vertrouwen is voor veel mensen een voorwaarde voor seksuele opwinding. Maar het mag niet geïnterpreteerd worden uit de christelijk-islamitische moraal, dat seks voor het huwelijk alleen maar mag als je heel veel van elkaar houdt en liever nog uitgesteld wordt tot het huwelijk. Ook jongeren die niet van plan zijn met elkaar het leven te delen, moeten seksueel van elkaar kunnen genieten. Wij benadrukken dan ook dat “een affectieve relatie” ook mogelijk is in seksuele contacten tussen mensen die niet expliciet voor een langdurige relatie kiezen. Steeds meer jongeren vinden ook, dat een liefdesrelatie geen voorwaarde hoeft te zijn voor seksueel contact (37% van de jongens, 25% van de meisjes). Er mag ook vrijblijvend ‘geoefend’ worden, mits er geen sprake is van een groot leeftijdsverschil en er sprake is van consensus.Lees verder in deel II.